Kweker: Instituut voor de Veredeling van Tuinbouwgewassen, Wageningen.
Geselecteerd in 1977 uit een kruising van Induka en Sivetta.
Beproefd onder IVT 77020 en geïntroduceerd in 1986.
Kwekersrecht aangevraagd in 1985.
Onder licentie in de handel.
Polka groeit krachtig, is zeer produktief, rijpt middentijds. De vruchten zijn middel-
matig groot, gelijkmatig van vorm en grootte, intensief rood en goed van smaak,
kunnen zonder kelk worden geplukt.

Polka is zowel geschikt voor de verse consumptie als voor de verwerkingsindustrie.
Gewas: fors, opgaand, tamelijk gesloten, veel blad.
Blad: middelmatig groot, iets onregelmatig gegolfd met opvallende nervatuur, diep
ingesneden bladrand met afgeronde, grove tanden.
Bloei: middentijds.
Bloeiwijzen: talrijk, onder het blad blijvend. Bloemen met goed ontwikkelde meel-
draden, waardoor een goede vruchtzetting.
Vrucht: middelmatig groot, regelmatig kegelvormig, gelijkmatig intensief rood met
iets ingezonken gele zaden, stevig, niet kwetsbaar, sappig, goed van smaak en een
matig sterk aroma, kelk middelmatig groot, afstaand waardoor vruchten tamelijk
gemakkelijk zonder kelk te plukken zijn. Rijptijd: middentijds.
In de beproevingsperiode was Polka niet vatbaar voor meeldauw (Sphaerotheca
alchemilla), paarse vlekkenziekte (Alternaria alternata), verwelkingsziekte (Verti-
cillium spp), weinig vatbaar voor vruchtrot (Botrytis cinerea), vatbaar voor roodwor-
telrot (Phytophthora fragariae) en in kastoetsen matig vatbaar voor stengelbasisrot
(Phytophthora cactorum).